2012
Bikkelweek 2015, we gaan naar ....
- Hoogte: 4807 m
Augustus 2012: Afgelopen woensdag zijn we naar onze camping in Val Veny, nabij Courmayeur (Aosta) gereden. De tent staat op ongeveer 1500m hoogte en dat is ideaal voor een eerste nachtje acclimatiseren. Donderdag zijn we naar de Rifugio Francesco Gonella (3071m) gelopen, een gloednieuwe hut net iets ten zuidwesten van de Mont Blanc en nog net in Italië.
Al 3 jaar kijk ik op de website van de hut, en al 3 jaar is de informatie hopeloos verlopen. Ook nu nog: 'Prossima apertura: Giugno 2011'. Fijn te weten wanneer de hut vorig jaar open ging… Binnen hebben Mauro en Nadia de leiding. De hut biedt ongeveer 40 slaapplaatsen en er is dankzij een hele batterij zonnepanelen zowaar stroom. Water is hier nog een probleem; het moet ingevlogen worden met de heli.
De weersvoorspellingen zijn fantastisch. Komende nacht gaan zeker 35 klimmers via de Italiaanse normaalroute naar boven. Dat is inclusief een horde Mexicanen en een filmploeg die een reportage maakt in verband met het zoveeljarig bestaan van de Italiaanse route. Wij besluiten nog een nachtje op deze hoogte te acclimatiseren alvorens we omhoog gaan.
Als we vrijdag ons bed uitkomen, zijn alle klimmers al lang vertrokken en slurpen we wat goeie koffie's naar binnen. We gaan vandaag de route over de Glacier du Dome verkennen, die moeten we tenslotte komende nacht in het donker doen. Bram en ik gaan om een uur of 8 het ijs op en we willen eigenlijk tot de Col de Bionnassay (3888m) komen; er staat 3 à 4 uur voor. We merken al snel wat het betekent dit bij daglicht en volle zon te doen; zompige sneeuw, wegzakkende sneeuwbruggetjes over de vele spleten, en bloedhitte. Na 4u klimmen zijn we op 3700m meter en zitten we redelijk stuk. Omdat het te warm wordt, en daarmee te gevaarlijk op de gletscher, besluiten we de col te laten lopen en terug te keren naar de hut.
In de hut slapen we wat en relaxen we op het zonnige terras. Bij het avondeten kletsen we wat met andere klimmers die komende nacht gaan, waaronder een gids uit Chamonix. Om 19.00u duiken we ons bed in, ontbijt is aangekondigd voor 0.00u.
Ik doe geen oog dicht, ben zenuwachtig. Na het ontbijt en de nodige koffie gaan we 0.30u op pad. Na een klein stukje rotsklauteren betreden we de gletscher. Helm op, stijgijzers onder, aan het touw, lampjes aan, ik leid, Bram volgt, invoegen in de sliert van de pakweg 25 andere klimmers. Prachtige sterrenhemel, geen maan, 25 lampjes in stikdonker landschap en verder alleen het gekraak van je stijgijzers. Prachtig hoe deze tour begint!
De touwgroepen verspreiden zich een beetje. De marstempo's verschillen en sommigen kiezen een alternatieve route. De Franse gids is al uit het zicht en op dit ijs is geen spoor te herkennen. Afijn, blijven stijgen is het devies en ik vind mijn weg wel.
En weg is de sneeuw onder mijn voeten….
Ik duikel voor het eerst van mijn leven een gletscherspleet in. Ik dacht nog: zie ik nou kleurverschil of een oneffenheid hier in de sneeuw? Het is al te laat. De sneeuwbrug waarop ik klaarblijkelijk loop houdt mij niet, ik schreeuw luidkeels en val door éé,, twee, drie sneeuwbruggen dieper de spleet in en dan lig ik stil. Op mijn rug, op een prak sneeuw, het touw strak vanaf mijn heupgordel loodrecht omhoog. En ik weet het precies: ik ben gevallen, Bram heeft mij gehouden (dankjewel maatje, goed gedaan!), ik leef nog, ik voel geen pijn. Ik zie links en rechts van mij twee parallelle ijswanden, ongeveer een meter uit elkaar, een meter of zes boven mij het sneeuwdek met een mooi gat erin en daarboven die prachtige sterrenhemel. Ik ben niet geschrokken of bang, ik vind het eigenlijk wel mooi en realiseer me dat ik hier goed van af ga komen. En nu eruit!
Een touwgroep van 3 Italianen heeft mijn schreeuw gehoord en is Bram te hulp gekomen. Ze proberen een ijsschroef te zetten zodat Bram zijn handen vrij krijgt om mij te redden. Het ijs blijkt te zacht en de schroef vindt onvoldoende houvast. Ook het ingraven van een pickel als zekering lukt niet. Ze verlaten de theorie; Bram priemt zijn stijgijzerpunten nog eens stevig in het ijs en de Italianen besluiten mij domweg uit de spleet te trekken. Drie tegen één, moet lukken.
Ik roep: 'I am okay, I am not hurt'. Eén van de Italianen kruipt naar de rand van de gletscher maar durft niet zo dichtbij te komen dat we oogcontact vinden. Hij steekt zijn pickel onder het touw zodat het daaroverheen kan glijden en roept: 'How deep are you'? 'Some six meters' roep ik. Hij vertaalt naar zijn companen en ze trekken voluit aan het touw. Shit. Restanten sneeuw van de val liggen op mijn onderlijf, 20cm dik en best wel compact. Door de kracht die de Italianen op het touw zetten, trekken ze mij op heuphoogte omhoog terwijl mijn benen nog vast zitten.
In een flits realiseer ik me dat dat ik nu mijn benen ga breken en roep 'Aspetta!!!' ('Wacht!!!'). Ze begrijpen het gelukkig. Ik zeg dat mijn benen onder de sneeuw liggen en schraap die er met mijn pickel af. De sneeuw valt diep onder mij met doffe geluiden weg. Na een 'Okay now' gaat het beter; zodra mijn lichaam enigszins kan bewegen en verticaal is, schop ik mijn stijgijzers in de wanden van de spleet en klim ik er in een paar tellen uit.
Zodra mijn hoofd boven het maaiveld uitkomt, kijk ik de Italiaan op 30cm afstand in zijn ogen. Hij vraagt: 'Are you okay?' Ik pak zijn schouder, knijp er in, zeg 'Grazie amico'. Hij zegt iets van 'Di niente' ('t is niks, geen probleem'), staat op en vervolgt direct zijn beklimming. Ik rol me opzij, sta op en volg. Bram vraagt: 'Gaat ie?'. Ik zeg 'Ja' en off we go. 10 minuten verloren, maar wat een ervaring!
We stijgen vlot door naar de Col de Bionnassay. We lopen vlak onder reuze hoge seracs en we horen zowel ijs als steenlawines om ons heen. Best beangstigend want je ziet ze niet in het donker. Eénmaal horen we de Italianen, die een meter of 50 boven ons klimmen, roepen 'Sasso!' (stenen). We duiken met onze helmen in de sneeuw en horen wat langs zoeven. Ik weet niet of ik dit echt leuk vind. Opstaan en verder maar weer. Als we op de col zijn is het gevaar van vallend ijs en stenen voorbij. We klimmen in gemengd terrein over soms makkelijke en soms ook vreselijk steile rots- en sneeuwgraten. Aan de horizon begint het te schemeren.
Om een uur of 07.00u arriveren we op de Dome de Goutier, 4304m, het is er vrijwel windstil. We sluiten hier aan op de drukke Franse normaalroute en zien de Mont Blanc zijn eerste zonnestraal van de dag opvangen. Een prachtig gezicht is het. Van hier dalen we nog een goeie honderd meters en dan is het straight to the summit en nog zo'n 600 hoogtemeters over de Bosses graat.
Het is niet steil en doordat deze route dagelijks wel 100 keer gedaan wordt, is er een breed spoor inclusief tweerichtingverkeer zodat passeren makkelijk is. Dat blijkt fijn want we komen veel andere klimmers tegen. We stijgen vlot en spreken erlkaar regelmatig aan op het naderende moment. Het gaat lukken Arie, het gaat gebeuren Bram. We zijn vol goede moed en voelen ons beresterk.
We doen er uiteindelijk 3 uur over en om 10u sharp zijn we op de top. Het is niet de mooiste die we ooit beklommen, er staat geen mooi kruis of monument bovenop, geen top-boek waar je trots je naam in kunt schrijven, het is een redelijk kale en vlakke bedoeling. Maar er zijn wel een stuk of 10 anderen en ook die zijn trots en vieren hun feestje. We staan tenslotte op het hoogste punt van Europa (*) en dat voelt, na alle voorbereidingen, de aanloop, de voorpret, de gletscherspleet, dat voelt GEWELDIG!
(*) Ja ja, ook wij leerden vroeger op school dat de Elbroez de hoogste berg van Europa is. Nou, zoek 'm maar eens op op de kaart. Bram en ik houden het op Azië ;)
Het stormt op deze hoogte, de gevoelstemperatuur is ver onder nul, mijn repen zijn stijf bevroren en ook het slangetje van mijn waterzak. We nemen het 360 graden zicht in ons op. We kijken heel ver zowel Frankrijk, Zwitserland als Italie in en zien vele van de vierduizenders die we ooit beklommen. De klimmers die de Franse route doen, dalen via dezelfde route weer af. Wij niet, we gaan voor de overschrijding en dalen af naar de Aiguille du Midi (3842m), een imposante en beroemde rots. Op de top ervan staat een kabelbaanstation van waaruit we terug kunnen naar Chamonix (Frankrijk), of liever Courmayeur (Italië), waar onze auto en tent staan.
Het eerste stuk van de afdaling, onder de Mont Maudit langs, gaat vlot. We lopen door prachtig gebied, volop in de zon, met wijd openstaande spleten waar de ijspegels fonkelen en met een absoluut fantastisch uitzicht. Als we onder de Mont Blanc du Tacul langs lopen, komen we in de file. We moeten en stukje van pakweg 50 meter afdalen, 75 graden steil. Het ligt vol losse sneeuw en ijs en er is een 8mm vast touw op weinig betrouwbare wijze uitgehangen; het zit vast aan een afgebroken ingegraven wandelstok en iets dat lijkt op een aluminium staaf die de sneeuw in geslagen is.
Er staan 2 groepen van drie klimmers te hannesen. Ze zijn bang. Er komt een Engelse gids met een klant. Hij slaat zijn ijsbijl in de sneeuw en zekert daarover zijn klant naar beneden. Die klant schijt in zijn broek van angst maar als de gids het touw viert heeft hij gezien de hellingsgraad geen andere keus dan afdalen. Even later daalt de gids ongezekerd af, nadat hij met ons eens is dat het vaste touw er erg spannend uitziet.
Nou Bram en ik; terwijl de 2 drietallen nog steeds in hun broek schijten en klungelen. Ik zeker Bram vlot naar beneden en dat vergt het hele touw, 50m. Nu ik, ongezekerd, eigenlijk best doodeng. Ik klim de helling af en gebruik het vaste touw, toch maar, als hulplijn. Ik passeer de klungels en ben vrij snel bij Bram. Boven ons trappen de klungels sneeuw, ijs en stenen los; we voelen ons niet veilig en dalen zo snel mogelijk nog en meter of 100 af. Daar komen we op adem; het gedoe heeft ons zeker een uur vertraging opgeleverd.
De rest van de afdaling is technisch niet moeilijk maar wel zwaar. We lopen de laatste 3 uur door kniediepe zompige sneeuw over de Col du Midi (3500m). Ons water is op, we zijn inmiddels 15 uur in touw, en dan nog eventjes dik 300 meter stijgen naar de Aiguille du Midi (3842m). Bram en ik zijn voor het laatste stuk uit het touw gegaan zodat Bram alvast kaartjes voor de laatste kabelbaanvaart kan kopen. Het blijkt onverantwoord en fout dat we ons uitbinden. De slotgraat naar de top is 50 graden steil en links en rechts van deze 2 schoenen brede graat dreigen diepe afgronden. Bram heeft het gedaan, is al boven, nu ik nog. 100 meter traplopen over sneeuw, een verkeerde stap en je valt waarschijnlijk dood.
Ik besluit: concentratie, alleen naar mijn schoenen kijken, niet naar de afgrond links, niet naar de afgrond rechts, stap voor stap, niet stilstaan en ook niet kijken hoe ver het nog is, stap voor stap. Ik ben de enige die hier ongezekerd loopt en kom als klap op de vuurpijl ook nog tegenliggers tegen. Een gids, en die heeft voorrang volgens de bergwetten. Ik MOET opzij stappen. Met de moed der wanhoop, ik doe het, 30cm naar rechts, 50cm lager sta ik, het gaat goed. De gids groet me, ik stap weer terug en loop in één ruk naar Bram. Pas als ik zijn schoenen voor mijn neus zie, kijk ik op en besef ik me dat ik veilig ben. 17.55u, zeventien en een half uur geklommen.
We missen de aansluiting met de kabelbaan naar Courmayeur en dalen dus noodgedwongen af naar Chamonix. In 10 minuten in een bomvolle gondel van 3800m naar 700m. waar we moe maar voldaan op het eerste het beste terrasje neerstrijken en waar binnen een minuut het bier onze kelen in sist. We hebben het volbracht, YES!!!!!!
Taxi moeten nemen door Mont Blanc tunnel naar onze auto, kost een paar centen maar dan heb je ook wat: trots aan de pasta en het bier in Italië. En 24 uur na het ontbijt in de hut kruipen we onze tent weer in. Mont Blanc, hebbes!!!
- Hoogte: 2628 m
Zuid Duitsland, het Wettersteingebergte. Gisteren beklommen we de Zugspitze (2962m), sliepen er bovenop in het Münchner Haus en vanochtend daalden we af met de kabelbaan. Mooi tijd over voor nog een klettersteig naar een neventop vandaag! Het wordt de Alpspitze (2628m), niet heel zwaar en er staat maar een uur of 4 voor. We maken het onszelf makkelijk en nemen eerst een kabelbaan. We bewaren het restaurant voor op de terugweg en gaan gelijk de route in.
Het is redelijk weer en de route is vrij eenvoudig. Het barst van de klimmers die eruit zien als wandelaars die voor het eerst een klettersteig willen proberen; de spulletjes kun je in het dal huren voor een dag. Wij zijn, in tegenstelling tot deze 'omhooggevallen wandelaars' eerder 'omlaaggevallen alpinisten'. Waar iedereen hier braaf aan ieder stuk kabel of staalladder inklikt, hebben wij zoiets van: niet veel moeilijker en gevaarlijker dan de trap naar boven in m'n eigen huis. Je kunt hier alleen een paar honderd meter vallen, da's wel anders ja. Maar zeg nou eerlijk: hoe vaak val je thuis van de trap?
We stijgen snel en zijn ruim binnen de aangegeven tijd boven. Voor het topkruis staat een preekstoel en Bram gaat voor: "Vrienden, vriendinnen, …". Vanaf de top hebben we mooi zicht op de Zugspitze, niet ver westelijk van ons. En in het dal zien we Garmisch Partenkirchen met heel ver noordwaarts een groot meer. We kunnen niet bedenken welk meer dat kan zijn. Ik zoek het later thuis op en het blijkt de Starnbergersee te zijn, dik 50km noordwaarts.
De terugweg, een rotspaadje dat we afklauteren, loopt met en grote boog achter de berg om. Vlak voor het eind is er nog een tunnel van een meter of 30, onverlicht. We hebben geen lampjes bij ons en moeten dus een beetje op de tast. Johan en ik zijn wat vooruit en bemerken een nis. We verstoppen ons, repeteren het "3, 2, 1, BOEH!" en wachten op de rest. We horen dat Pieter Jan voorop loopt…. Gefluister… 3, 2, 1, …. BOEH! Pieter-Jan veert 20 cm omhoog, stoot bijna z'n helm tegen het dak, en wordt hier minstens en jaar ouder. Johan en ik, samen toch goed voor meer dan 100 jaar, pissen bijna in ons broek van de pret.
Beneden aangekomen bij het terras vieren we de goede afloop van een TOPklimweek: hoogste berg van Oostenrijk, hoogste van Duitsland, en een middagje 'uitklimmen' op deze Alpspitze. En hoe vier je zoiets in Duitsland: Wurst mit Senf und Bier. Zum Wohl!