2011
Bikkelweek rond Oostenrijks hooste
- Hoogte: 2962 m
September 2011: We zijn uit Oostenrijk vertrokken wegens het veranderende weer daar en zijn op een camping in het Zuid Duitse Garmisch Partenkirchen neergestreken. Het straatbeeld en vrouwen in Dirndl jurken doen wat folkloristisch aan en het is wel leuk om in een voormalig Olympische dorp rond te hangen.
We hebben gisteravond overheerlijke Pilaf gemaakt en bereiden ons vanochtend voor op een volgende top: de Zugspitze, met 2962 meter Duitslands' hoogste berg. Nadat de onvermijdelijke eieren met spek zijn verorberd pakken we de rugzakken om. Alle alpiene spullen kunnen achterblijven want we gaan een lange dag klettersteigen.
Eerst met de auto naar Hammersbach (758m), een dorpje aan de voet van de Zugspitze. Schoenen aan, korte broek, rugzak op en op pad!
Na een korte boswandeling komen we bij de Höllentalklamm, een 150 meter diepe en ruim een kilometer lange kloof waardoor een fraai pad is aangelegd. We lopen op paadjes, bruggetjes, trappetjes, door gangetjes, tunneltjes en door water dat langs de wanden naar beneden klatert.
Aan het eind wordt de kloof breder om uiteindelijk uit te komen bij de Höllentalangerhütte (1381m). Laten ze er nou een heerlijk zonnig terras hebben....
We hebben vanaf het terras prachtig zicht op de route naar de Zugspitze en het lijkt onmetelijk hoog en ver. We hebben nog 5 uur en dik 1500 hoogtemeters te gaan. Het is warm, de route gaat over rots en is onbeschut, dat wordt zweten! We drinken alvast veel, nemen een kop zoute soep en, toe maar, ook nog een bord pasta, lekker! Bij het vertrek zien we het bordje hangen dat de route naar de Zugspitze stijgijzers vereist. Wisten we gelukkig, en terwijl we nog in korte broek en t-shirt lopen is het een maf idee dat we over en paar uur het ijs op mogen. Een lang pad volgt, over rotsen, wat geklauter, paadjes, een paar stukjes klettersteig over een oude roestige route, veelal met stalen pennen in de rots. Een paar tegenliggers. "Het is niet te doen daarboven, er ligt sneeuw en het is spek- en spekglad". Domoren, hebben de topo niet bestudeerd en het bordje van de stijgijzers niet gezien…..
Het zweet druppelt al snel uit mijn helm en mijn 2 liter water is al ras op. Bijvullen in een beekje dan maar, uitdroging dreigt. En repen eten, Snickers natuurlijk, want die hebben volgens de Hoogtelijn de optimale energie/gewicht verhouding.
Na een uur of drie komen we bij de gletscher. We gaan 'm zonder touw doen, en zonder pickel, en dat terwijl er wel fikse spleten in zitten. Dan toch maar de korte broek verwisselen voor de alpiene broek; liever nog meer zweten dan het risico van een glijpartij en helemaal open liggen.
De 100 hoogtemeters op de gletscher zijn relatief eenvoudig. Beetje zigzaggen, over de randen van de spleten de diepte in kijken, balans houden met wandelstokken, en navigeren. We zien in de verte een rode stip op de rots staan; daar moeten we er blijkbaar af.
Aangekomen bij die stip blijkt de randspleet niet breed, maar de instap is pittig. Doordat we helemaal aan het eind van het seizoen zitten, is de gletscher helemaal uitgeaperd en moeten we een paar pittige meters omhoog voordat we kunnen inhaken in de klettersteig. En als je je stijgijzers uitdoet dan voel je je opeens heel kwetsbaar op een gletscher. Dan maar snel de rotsen in; Guusje eerst, ik als tweede. Een stuk staalkabel pakken we, maar dat blijkt niet goed vastgeklonken en als we er kracht op zetten, trekken we het bijna uit de wand. Afijn; beetje smijten met onze krachten en het lukt.
Als Guusje en ik als eerste de rotswand ingaan, vertelt ze even verderop dat ze hier ooit en angstaanval kreeg, met hyperventilatie en al. Is uiteindelijk wel goed gekomen maar ze was vandaag enorm bang voor deze passage van de gletscher naar de rots. We vieren onder vier ogen dat we erdoor zijn, high five. Mooi dat klimmen je verder kan brengen, sterker kan maken; goed gedaan Guus!Het is nog een dikke anderhalf uur rotsklimmen, vrij netjes gezekerd maar wel stijl, lang en ook langzaam kouder. We zitten aan de oost-, en dus schaduwkant van de Zugspitze en de wind steekt op. Er lijkt geen eind aan de route te komen…….
Bram heeft de langste benen en beste conditie. Hij bereikt als eerste de top, ik volg een paar minuten later. Ik moet bekennen dat ik stukjes op handen en voeten heb gedaan. He-le-maal ka-pot ben ik. Buiten adem bereik ik het protserige kruis op de top. Dik 2100 hoogtemeters in de benen. Geweldig!
Als ook Pieter-Jan, Guusje en Johan er zijn, klimmen we een paar meter af naar het grote kabelbaanstation op de westtop. Daar zit het Münchner Haus, een berghut uit 1883! De eerste liter bier is weer geweldig, er wordt nog gekookt voor ons en met wat maffe Duitsers praten we nog lang na over de historie van deze berg en de lange, prachtige tour die we maakten. Dan gaat het lampje uit, lekker maffen!
- Hoogte: 3798 m
Augustus 2011, onze jaarlijkse klimweek start in de Hohe Tauern in Oostenrijk; het internet gaf immers aan dat daar het beste Alpenweer te vinden was. We zijn eergisteren neergestreken op de camping in Kals am Großglockner (1324m) en zijn gisteren naar de Stüdlhütte (2801m) gelopen. Het is een moderne hut, vernoemd naar een lokale klimheld, gezellig, met een lekker terras in de zon en een dak vol zonnepanelen. We zijn hier neergestreken omdat we niet de drukke normaalroute willen doen maar de Studlgrat.
Om 5.30u vertrekken een stuk of 5 touwgroepen naar de Stüdlgrat. Na wat wandelen in het eerste daglicht komen we aan bij de Studlgletscher en dan moeten toch echt even de stijgijzers aan. Na en half uurtje kunnen ze weer uit en start de beklimming over de graat. We splitsen op in een touwgroep van 2 en een van 3. Al vrij snel laten we de andere touwgroepen achter ons en we stijgen de route vrij vlot door. Het is derdegraads rots met soms wat stukjes vierdegraads. Met wat lopende zekeringen op aanwezige haken of achter rotspuntjes is het goed te doen. Twee keer zijn er staalkabels en vaste touwen in de wand gehangen. Na heerlijk relaxed geklauter bereiken we precies na de voorspelde 6 uur op Oostenrijks hoogste top. Er staat een prachtig stalen kruis op en het uitzicht is geweldig. Iets naar het westen ligt de Großvenediger, met 3662m behorend tot de hoogste toppen van Oostenrijk. Hij is veel vlakker dan de Großglockner en volledig besneeuwd.
We dalen af over de Kleinglockner (3770m) en door de normaalroute. Die klimmen we deels gezekerd af totdat we in een zadel komen waar het laatste stuk aanvangt. Het is er vrij rustig en we besluiten tot abseilen. Het lijkt een dikke 100m te zijn door circa 60 graden steil ijs en rots. Aan de zijkant van het couloir zijn voldoende zekerpunten. Pieter-Jan gaat eerst en krijgt ruzie met de 2x70m touw. Het zit vol slagen en zonder stijgijzers op ijs ruim 100m touw uit de war halen blijkt geen pretje. Ondertussen komen meerdere andere touwgroepen aan en ook die besluiten tot abseilen. Het couloir zit al gauw vol met klimmers en de onvermijdelijke steenslag. Het wordt dringen op de tussentijdse zekerpunten en er volgt een kakafonie van de touwcommando's in vele talen. Na een uur prutsen staan we 140m lager op de gletscher, net te steil om makkelijk je stijgijzers aan te doen. Dan maar moeilijk, weer gepruts.
20 minuten later komen we aan de in Erzherzog Johann Hütte (3454m). Deze hoogstgelegen hut ligt op de Adlersruhe en je hebt er een prachtig zicht op de Großglockner. Binnen is het gezellig druk. Douchen of wassen zit er niet in; het is hier te koud voor stromend water. Om 8u 's avonds vallen onze ogen al dicht. Wat een prachtige overschrijding was dit zeg.